boskar
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bosbouw) een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren
- vervoermiddel dat geschikt is om te rijden door een bosOp de natuurbegraafplaats Maashorst buiten het Noord-Brabantse dorp Schaijk start Roy van Boekel zijn elektrische Boskar voor een rondrit langs de graven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek