boskar

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bosbouw (bosbouw) een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren
  2. vervoermiddel dat geschikt is om te rijden door een bos
    Op de natuurbegraafplaats Maashorst buiten het Noord-Brabantse dorp Schaijk start Roy van Boekel zijn elektrische Boskar voor een rondrit langs de graven.