woorden
boek
Start
›
B
›
bosgod
bosgod
mannelijk (de)
/'bɔsxɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
mythologie
(mythologie) halfgod die in de bossen woonde
Synoniemen
sater
woudgod
faun
Vertalingen
Spaans
sátiro
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bosgezicht
bosgoden →