bosbrand

mannelijk (de)/ˈbɔzbrɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bosbouw (bosbouw) brand van of in een bos
    Vorig jaar hadden we op Tenerife weer veel last van bosbranden aangestoken door pyromanen.
    Door snel ingrijpen van de brandweer is een grote bosbrand in het Almelose Nijreesbos dinsdagmiddag voorkomen. Tubantia Jeroen de Kleine 23-07-19 [https://www.tubantia.nl/almelo/bosbrandje-nijreesbos-almelo-snel-onder-controle~a6385a57/ Bosbrandje Nijreesbos Almelo snel onder controle]
    Er zijn ieder jaar bosbranden in het Amazonegebied. Vooral in deze tijd van het jaar. Maar dit jaar zijn er heel veel branden.

Vertalingen

DuitsWaldbrand
Spaansincendio forestal, incendio de bosques