border
mannelijk (de)/'bɔːrdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tuinbouw), (tuinieren) de rand van een tuin waar bloemen en struiken in staan
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rand met bloemen in tuin’ voor het eerst aangetroffen in 1909 . Verder te herleiden tot het Franse bordure/bordeure, "rand". Doublet van borduur en borduren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek