bord

onzijdig (het)/bɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) een schijfvormig voorwerp dat wordt gebruikt om voedsel van te eten
    Omdat het eten zo lekker was schepte hij zijn bord nog eens vol.
    Door het tijdsverschil kwam het er dikwijls op neer dat ik ’s ochtends belde en met mijn neus in het avondeten van de familie viel. De laptop werd dan tussen de borden spaghetti opengeklapt zodat ik de opgetogen gezichten van mijn kinderen kon zien.
  2. communicatie, transport (communicatie) (transport) een vlak voorwerp waarop een voor veel mensen bedoelde tekst of teken is gezet, bijv. in het verkeer
    Het viel mij best tegen toen ik een bord zag waarop mile 1 stond. Ik had het idee al uren te hebben gelopen, maar ik bleek pas 1 mijl, oftewel 1,6 kilometer, in de benen te hebben. Mentaal was het nogal omschakelen van kilometers naar mijlen.
    Tijdens de demonstratie hielden mensen borden omhoog met teksten tegen dierproeven.
  3. spel (spel) vlak voorwerp (vaak van hout) gemaakt om daarop een bepaald spel te spelen; deze spelen noemt men dan ook bordspelen
    Een geslagen stuk wordt van het bord verwijderd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaal, plank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1138

Uitdrukkingen

  • Een bord voor de kop hebbenOngegeneerd zijn eigen gang, zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen
  • Iets op je brood / bord krijgenErgens van beschuldigd worden; de verantwoordelijkheid voor iets toegeschoven krijgen

Vertalingen

Engelsplate, blackboard, whiteboard
Fransassiette, tableau
DuitsTeller, Tafel
Spaansplato, pizarra
Italiaanspiatto, lavagna
Portugeesprato, lousa
Russischтарелка, доска
Chinees
Japans
Koreaans접시
Arabischصحن
Turkstabak
Poolstalerz, tablica
Zweedstallrik, svarta tavlan
Deenstallerken, opslagstavle