boormossel
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bormɔsəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tweekleppigen) en , een schelpdier dat zich in hout, veen of zachte steensoorten ingraaftLosse kleppen van de boormossel spoelen vrij algemeen aan langs de hele kust.
Vertalingen
Engelspiddock
Franspholade
DuitsBohrmuschel
Deensboremusling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek