boormossel

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bormɔsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweekleppigen (tweekleppigen) en , een schelpdier dat zich in hout, veen of zachte steensoorten ingraaft
    Losse kleppen van de boormossel spoelen vrij algemeen aan langs de hele kust.

Vertalingen

Engelspiddock
Franspholade
DuitsBohrmuschel
Deensboremusling