boorbuis

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈborbœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) metalen pijp die met kracht de grond in wordt gedreven
    Over de boorbuis wordt op enige afstand van de boorkop een volgbuis ingebracht. Die buis dient om te voorkomen dat het door de boorkop gemaakte gat meteen weer instort. Via de ruimte tussen boorbuis en volgbuis wordt het uitgeboorde materiaal afgevoerd.
  2. anatomie (anatomie) langwerpig orgaan bij waarmee insecten door de huid van andere levende wezens kunnen steken om daardoor eitjes te leggen of om sap of bloed op te zuigen
    Na een minuutje "aderlaten" is er, via de dikste boorbuis zoveel afgetapt, dat het slanke achterlijf van de mug tot een bloedrode buik opgezwollen is.