boomsoort
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bomsort/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep van bomen die vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, bomen die tot een plantkundige soort behorenVeel te duchten hebben de meer dan 600.000 bomen in Rotterdam van allerlei ziekten die de laatste jaren de kop opsteken. Was er een poosje terug alarm vanwege de iepziekte, tegenwoordig worden ook andere boomsoorten getroffen door aandoeningen die tot ingrijpen nopen. Pieter Bolle somt op: „Je hebt de essentaksterfziekte, de kastanjebloedingsziekte, de watermerkziekte bij wilgen, en in de platanen heb je dus de massaria.” NRC Frank van Dijl 14 oktober 2016De jaarlijkse sterfte van de belangrijkste boomsoorten in Europa neemt enorm toe [https://www.newscientist.nl/nieuws/europese-bomensterfte-neemt-hand-over-hand-toe/?utm_source=redactioneel&utm_medium=email&utm_campaign=NS+nieuwsbrief+01122021 www.newscientist.nl (23 nov 2021)]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek