boombast
mannelijk (de)/ˈbombɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bast ("huid") van een boomEr lag een sliert boombast over het pad.
Vertalingen
Engelsbark
Fransécorce
DuitsBaumrinde
Spaanscorteza, corteza del árbol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek