woorden
boek
Start
›
B
›
bontwerker
bontwerker
mannelijk (de)
/'bɔntwɛrkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) iemand die bont bewerkt of verwerkt. Ook vaak fourreur genaamd in vakterm.
Verwante woorden
bont
bontadvertenties
bontbekplevier
bontbekplevieren
bontbladig
bontbladige
bontcape
bontcapes
Bonte
bonte specht
Bontebok
bontebokken
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bontwerk
bontwerkers →