Bontebok
mannelijk (de)/'bɔntəbɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) een antilope uit Zuid-Afrika en omringende landen. Hij is nauw verwant aan de lierantilope. Er zijn twee ondersoorten, de gewone bontebok (Damaliscus pygargus pygargus) en de blesbok (Damaliscus pygargus phillipsi)
Vertalingen
Engelsbontebok
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek