woorden
boek
Start
›
B
›
bontgoed
bontgoed
onzijdig (het)
/'bɔntxut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
gekleurde, (katoenen) stoffen die apart van de witte stoffen gewassen moeten worden
Verwante woorden
bont
bontadvertenties
bontbekplevier
bontbekplevieren
bontbladig
bontbladige
bontcape
bontcapes
Bonte
bonte specht
Bontebok
bontebokken
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bontgekleurder
bonthandel →