bonsai
mannelijk (de)/'bɔnzɑj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) gekweekt boompje in kamerplantformaat
- de in Japan ontwikkelde techniek om dwergbomen te kweken
Etymologie
* Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘dwergboompje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek