bombast
mannelijk (de)/'bɔmbɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gezwollen, hoogdravende taal
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gezwollen stijl’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gezwollen stijl’ voor het eerst aangetroffen in 1824