pathos

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aandoenlijke, de bezieling
  2. pejoratief (pejoratief) hoogdravendheid, bombast

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hoogdravendheid’ voor het eerst aangetroffen in 1778

Vertalingen

Franspathos
Spaanspatetismo