bolleboos

mannelijk (de)/ˈbɔləbos/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon , (persoon) iemand die ergens duidelijk in uitmunt, een zeer intelligent en/of handig/kundig persoon
    Mijn teamgenoten zien mij niet als een bolleboos.

Etymologie

*van "בעל־הבית" (balboos), vergelijk "בעל הבית" (baäl habajit) "heer des huizes", in de betekenis van ‘uitblinker’ aangetroffen vanaf 1866