bokaal
mannelijk (de)/bo'kal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groot sierglas of sierbeker op een voet waaruit meerdere mensen kunnen drinken
- wedstrijdbeker
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsgoblet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* uit het Latijn