boezeroen
mannelijk (de)/buzə'run/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- arbeiders hemd van grof linnen meestal blauw gekleurd met lange mouwen
Etymologie
*uit het Frans
Uitdrukkingen
- Jan boezeroen — de arbeiders
- Jan Pet en Piet Boezeroen — de arbeiders
Vertalingen
Engelsoveralls
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek