overhemd

onzijdig (het)/ˈovərˌhɛmt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kledingstuk voor het bovenlichaam van fijne stof met voorsluiting en kraag
    Je moet wel netjes een overhemd aandoen.
    Barbara had een stelletje hippe types bij elkaar verzameld, meisjes met lang haar en korte jurkjes, jongens met hun overhemd half open, die eruitzagen alsof ze wel een scheerbeurt konden gebruiken.
    Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.

Vertalingen

Engelsshirt
Franschemise
DuitsOberhemd
Spaanscamisa, camiseta