woorden
boek
Start
›
B
›
boetpreek
boetpreek
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈbutprek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
vermanende preek door een dominee of priester
een beschuldigende speech
Synoniemen
strafsermoen
boetepreek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← boetpredikers
boetpreken →