boetepreek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbutəˌprek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vermanende preek door een dominee of priester
    Savonarola - Der schwartze Prophet. Documentaire over Savonarola, monnik in Florence tijdens de Renaissance. Hij voorspelde hel en verdoemenis voor iedere afvallige van het geloof . Met overtuigskracht, want zelfs de paus vreesde zijn boetepreken. NRC 17 mei 2008
  2. een beschuldigende speech
    Justitie stelde vervolging in tegen iedereen die het product verkocht als middel tegen kanker. De minister van Gezondheid kwam met een felle boetepreek tegen allen die „spelen met de gezondheid van ons volk”.NRC F.G. van Hasselt 22 februari 2007