boegseren

/buxˈserə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) voortslepen door een of meer (andere) schepen
    We lichtten meteen ons anker en wilden onder zeil gaan. Maar toen het licht werd en wij bezig waren het schip naar zee te boegseren, verschenen de Spekken boven op de klippen en schoten van boven af op het schip en op de sloep, zodat het daar nauwelijks uit te houden was.
  2. ov, verouderd, figuurlijk (ov) (verouderd) (figuurlijk) behoedzaam naar een gewenste situatie leiden
    Zoo vaak ergens een zwak en onbeduidend miniatuurtalent ontluikt, beijvert zich Hamerling het door zijne voorspraak te boegseren; of ook wel het te dekken met eene tegen de pijlen der kritiek beschermende voorrede, bij wijze van schild.

Etymologie

* vermoedelijk van "puxar" "trekken, slepen", onder invloed van "boeg" en

Vertalingen

Duitsbugsieren
Russischбуксировать
Zweedsbogsera
Deensbugsere