Boegspriet
mannelijk (de)/'buxsprit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) uitstekend rondhout aan de voorsteven van een zeilschip
Etymologie
* In de betekenis van ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1521
Vertalingen
Engelsbowsprit
Fransbeaupré
DuitsBugspriet
Spaansbauprés
RussischБушприт
Poolsbukszpryt
Deensbovspryd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek