Blazer

mannelijk (de)/ˈblazər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die blaast
  2. persoon, muziek (persoon) (muziek) iemand die een blaasinstrument bespeelt
    De blazers waren niet goed op dreef.
  3. beroep (beroep) iemand die glaswerk blaast
  4. scheepvaart, historisch (scheepvaart) (historisch) houten zeilschip voor vracht en visserij met één of twee masten, verwant aan de botter
    De gerestaureerde blazer "De Poolster" (TX33) is het enig overgebleven exemplaar.
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) sportief, vaak donkerblauw, jasje met goudkleurige knopen

Etymologie

*[B]: van """, in de betekenis van ‘jasje’ aangetroffen vanaf 1940