Blazer
mannelijk (de)/ˈblazər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die blaast
- (persoon) (muziek) iemand die een blaasinstrument bespeeltDe blazers waren niet goed op dreef.
- (beroep) iemand die glaswerk blaast
- (scheepvaart) (historisch) houten zeilschip voor vracht en visserij met één of twee masten, verwant aan de botterDe gerestaureerde blazer "De Poolster" (TX33) is het enig overgebleven exemplaar.
zelfstandig naamwoord
- (kleding) sportief, vaak donkerblauw, jasje met goudkleurige knopen
Etymologie
*[B]: van """, in de betekenis van ‘jasje’ aangetroffen vanaf 1940
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek