woorden
boek
Start
›
B
›
blauwvos
blauwvos
mannelijk (de)
/ˈblɑuvɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
roofdieren
(roofdieren) kleurvariëteit van de poolvos
kleding
(kleding) bont(stola) vervaardigd van de pels van dit dier
Verwante woorden
Blaupunkt
blauw
blauw-geel
blauw-gele
blauw-groen
blauw-groene
blauw-rode
blauw-wit
blauw-witte
blauw-zwart
blauw-zwarte
blauwachtig
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← blauwvoeterij
blauwvossen →