blauwtong
mannelijk/vrouwelijk (de)/'blɔutɔŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (diergeneeskunde) dsRNA- virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapenBlauwtong wordt overgedragen door knutjes.
Vertalingen
Engelsbluetongue
Spaanslengua azul
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek