blauwtje

onzijdig (het)/ˈblɑucə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vlinders (vlinders) benaming voor blauw gekleurde vlindersoorten uit het ondergeslacht , zoals het heideblauwtje,
    Het icarus blauwtje of gewoon blauwtje is een vrij algemene verschijning in onze streken.
  2. zangvogels (zangvogels) (Suriname) benaming voor de bisschopstangare,
  3. figuurlijk (figuurlijk) pijnlijke afwijzing van een amoureus voorstel, bij uitbreiding ook wel gebruikt voor andersoortige voorstellen
    Hij druipt niet geslagen af omdat hij bij voorbaat op een blauwtje rekent; (…)
  4. verouderd (verouderd) bepaald soort kopie
    Wat het schrijven betreft: ik moet teksten afleveren, getypt, en ik moet een kopie van die teksten hebben om thuis te bewaren. Dat kan met een gewone schrijfmachine anno 1935 en een "blauwtje". Beter is wat ik nu heb: een elektrische schrijfmachine met correctietoets, en een kopieerapparaat. Het zou natuurlijk nog beter kunnen: niet een loodzwaar kopieerapparaat van 45 bij 50 bij 70 centimeter, maar iets kleins, een printertje dat direct aan mijn schrijfmachine vastzit.

Etymologie

*[5] vanwege de blauwe kleur die de tekst in deze kopieën door de gebruikte techniek kreeg

Uitdrukkingen

  • een blauwtje lopen
  • een blauwtje halen

Vertalingen

Fransazuré
DuitsBläuling