blaffen
/ˈblɑfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (dierengeluid) geluid maken dat kenmerkend is voor een hondDie hond blaft al de hele dag.
- (inerg), (figuurlijk), (informeel) redeloos praten of schreeuwenWat sta je te blaffen?
Etymologie
* In de betekenis van ‘het natuurlijke (en vaak zeer irritante) geluid dat honden maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- Blaffende honden bijten niet — Gezegd van mensen die flink tekeergaan maar niet zo gauw kwaad doen
Vertalingen
Engelsbark
Fransaboyer
Duitsbellen
Spaansladrar
Italiaansabbaiare
Deensgø
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek