bipolariteit

vrouwelijk (de)/bipolari'tɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. twee uitersten hebbend, twee uiterste toestanden kennend
    Volgens hen zou er veel gewonnen zijn als „er in het Nederlandse systeem meer bipolariteit komt.” Dat houdt in dat het politieke krachtenveld niet verbrokkelt in een veelheid van kleine partijen, maar dat de burger in de gelegenheid wordt gesteld om te kiezen voor hetzij een links, hetzij een rechts machtsblok. Reformatorisch Dagblad 18-04-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/prof-dr-james-kennedy-zeuren-is-niet-erg-dat-hoort-juist-bij-democratie-1.385369 Prof. dr. James Kennedy: Zeuren is niet erg, dat hoort juist bij democratie]
    Lovato maakt zich al jaren sterk voor voorlichting over geestelijke gezondheid en heeft meerdere malen openlijk gesproken over haar bipolariteit. Tubantia 25-01-18 [https://www.tubantia.nl/show/demi-lovato-biedt-fans-voor-concert-gratis-groepstherapie-aan~af60a661/ Demi Lovato biedt fans voor concert gratis groepstherapie aan]

Etymologie

*afgeleid van bipolair

Vertalingen

Spaansbipolaridad