bijzitter

mannelijk (de)/'bɛizɪtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rechter in een meervoudige kamer die niet de voorzitter is
    ‘Het is een meevaller dat er, voor zover bekend, tot 30 juni geen assisenzaken in Tongeren zijn, anders waren we nog meer rechters kwijt.’ De voorzitter klaagde eerder al over dat – zo goed als – afgeschafte assisenhof, waar de rechtbank toch mensen voor moet afstaan. ‘Reken maar uit. Per zitting leveren we twee rechters of zogenaamde bijzitters, die we snel vijf tot tien dagen per proces kwijt zijn’, zegde hij daar eerder over.de Standaard WOENSDAG 28 MAART 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180327_03434028 Voorzitter rechtbank Limburgtrekt aan alarmbel ]
  2. bijrijder in een auto of vrachtwagen
    Lakdim hield een wagen tegen, schoot de bijzitter een kogel door het hoofd en verwondde de chauffeur. Terwijl hij met de wagen aan de haal ging, opende hij het vuur op vier joggende politieagenten. Een van hen raakte gewond in de borst.de Standaard 24 MAART 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180323_03426382 ‘De dreiging komt nu van binnenuit’ ]
  3. controleur in een stemlokaal die niet de voorzitter is
    Het zijn zondag blijkbaar niet alleen kiezers die niet warm lopen voor de tweede ronde van de Franse parlementsverkiezingen. Meerdere stembureaus zijn later geopend bij gebrek aan bijzitters, zo heeft de krant Le Parisien gemeld.de Standaard 18/06/2017 om 17:15 door say [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170618_02929865 'Opkomst Franse parlementsverkiezingen historisch laag ]

Etymologie

* van bijzitten

Vertalingen

Engelsnon-voting councillor