assessor

mannelijk (de)/ɑ'sɛsɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hulp van de voorzitter
  2. beroep (beroep) (mede)beoordelaar van een examen of eindwerk

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijzitter, helper’ voor het eerst aangetroffen in 1567