bijenkoningin

vrouwelijk (de)/ˈbɛijə(n)ˌkonɪˌɣɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde, imkerij (dierkunde) (imkerij) moeder van alle bijen in een bijenkorf
    De bijenkoningin is vaak groter dan de andere bijen.

Vertalingen

Engelsqueen bee
Fransreine des abeilles
DuitsBienenkönigin
Spaansabeja reina