bijenboer

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die bijen houdt
    Met 400 volken is de Rhenense bijenboer de grootste beroepsimker van Nederland. Reformatorisch Dagblad Janita ten Voorde 15-06-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/ik-kan-niet-leven-zonder-bijen-1.1144886 „Ik kan niet leven zonder bijen”]
    Je hoefde geen zesde zintuig te hebben om te weten dat het niets zou worden tussen bijenboer Jeroen Deboeverie (21) uit Bissegem en Stephanie: hun verstandhouding had tijdens de vakantie op Ibiza al het vriespunt bereikt. Jeroen was niet meer bereikbaar voor commentaar over het programma. De Standaard 16/11/2009 door Tom De Leur [http://www.standaard.be/cnt/dma16112009_004 Boer zkt nog altijd vrouw]