Imker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
    De imker werd gestoken door één van zijn bijen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bijenhouder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886

Vertalingen

Engelsbeekeeper, apiculturist
Fransapiculteur
DuitsImker, Bienenzüchter
Spaansapicultor
Italiaansapicoltore
Portugeesabelheiro
Turksarıcı