biechten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (religie) het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeftDe man had berouw van zijn woedeuitbarsting, en is in de kerk gaan biechten.
- (figuurlijk) het belijden van de eigen morele misstappenDe dief had zijn wandaad opgebiecht aan de verbijsterde winkelier.
Etymologie
*afgeleid van biecht
Vertalingen
Fransconfesser
Spaansconfesar, confesarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek