biechten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. religie (religie) het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft
    De man had berouw van zijn woedeuitbarsting, en is in de kerk gaan biechten.
  2. figuurlijk (figuurlijk) het belijden van de eigen morele misstappen
    De dief had zijn wandaad opgebiecht aan de verbijsterde winkelier.

Etymologie

*afgeleid van biecht

Vertalingen

Fransconfesser
Spaansconfesar, confesarse