biecht

mannelijk/vrouwelijk (de)/bixt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft, en de biechteling met de kerk verzoent
    De biecht is een van de zeven sacramenten van de Katholieke Kerk.
  2. figuurlijk (figuurlijk) het belijden van de eigen morele misstappen
    De man erkende openlijk dat hij het slachtoffer had vermoord. De biecht van de moordenaar betekende dat de nabestaanden eindelijk rust vonden.

Etymologie

Tegenwoordig wordt in de Katholieke Kerk vaak de term boete en verzoening gebruikt in plaats van biecht.

Vertalingen

Engelsconfession
Franspénitence
DuitsBeichte
Spaansconfesión
Italiaansconfessione
Russischисповедь