bezeveren

/bəˈzevərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zeuren, zaniken, klagen
    Anyway, ik wil thuis nog graag wel eens een potje ongeremd zaniken. De meeste mensen verbruiken al hun gezeur tegenwoordig op sociale media, maar dat vind ik zonde. Er valt zoveel meer te bezeveren in het echte leven.
  2. met kwijl nat maken

Etymologie

*van Middelnederlands "beseveren", op te vatten als samenstellende afleiding van "zever" en