kwijlen
/ˈkwɛilə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een vloed van speeksel onwillekeurig uit de mond laten lopenDe hond kwijlde bij het zien van het voedsel.
- (inerg) (figuurlijk) zich overdreven verlangend gedragenIn de enorme winkel stonden hobbyisten te kwijlen bij de nieuwste drones.
- (ov) onwillekeurig uit de mond laten lopenDoordat de verdoving nog niet helemaal was uitgewerkt kwijlde ze wat koffie op haar jurk.
Vertalingen
Engelsslaver
Fransbaver
Duitssabbern, geifern
Spaansbabear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek