bezettingspolitiek

vrouwelijk (de)/bə'zɛtɪŋspolitik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het streven om een bepaald gebied met een gewapende macht onder controle te houden
    Want wat hadden de Arabieren erbij te winnen dat er nu een Republikein kwam, een conservatieve bovendien, die in de herfst tot president gekozen zou worden? Richard Nixon als president betekende ongetwijfeld dat de oorlog in Vietnam werd voortgezet en dat er nog meer steun kwam voor Israëls bezettingspolitiek.