bezettingspolitiek
vrouwelijk (de)/bə'zɛtɪŋspolitik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het streven om een bepaald gebied met een gewapende macht onder controle te houdenWant wat hadden de Arabieren erbij te winnen dat er nu een Republikein kwam, een conservatieve bovendien, die in de herfst tot president gekozen zou worden? Richard Nixon als president betekende ongetwijfeld dat de oorlog in Vietnam werd voortgezet en dat er nog meer steun kwam voor Israëls bezettingspolitiek.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek