bezeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~: zich pijn doen
    Bij die val heb ik mij behoorlijk bezeerd.
  2. ov (ov) letsel toebrengen aan een lichaamsdeel
    Bij die val heb ik mijn been behoorlijk bezeerd.

Etymologie

*Afgeleid van zeer .

Vertalingen

Engelshurt, injure
Fransse blesser
Duitsverletzen
Spaansherir