bewoner
mannelijk (de)/bəˈwonər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die in of op iets woontIk ben die snoeverij over Amsterdam-Zuid en de bewoners ervan zat.Verderop raakte minstens één bewoner gewond van een woning die Zeeuwland verhuurt.
Etymologie
*afgeleid van bewonen
Vertalingen
Engelsinhabitant
Franshabitant
DuitsEinwohner, Bewohner
Spaanshabitante
Poolsmieszkaniec
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek