bevitten

Betekenis

werkwoord
  1. beschuldigen
    Christus heeft ons helemaal niet nodig. Je zult elkaar veel moeten geven, misschien nog veel meer vergeven. Al die gescheurdheid, het elkaar bevitten, altijd bezig zijn de ander uit te schakelen: Dat stelt niets voor en dat kan niets wezen. Er zijn meer levende leden in het lichaam van Christus dan wij kunnen bevroeden.”

Etymologie

* afleiding van vitten