beunhaas

mannelijk (de)/'bønhas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die een vak of beroep uitoefent zonder daarvoor de benodigde opleiding te hebben gehad

Etymologie

* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘onbevoegd werker’ voor het eerst aangetroffen in 1649