beun

mannelijk/vrouwelijk (de)/bøn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verhoogde vloer van planken
  2. vloer net onder het dank van een gebouw
  3. visserij (visserij) afgezonderde ruimte waar het water kan in- en uitstromen, gebruikt om gevangen vis levend te bewarenDit kan een ruimte onderin in een vissersboot zijn of een losse drijvende bak.
  4. scheepvaart (scheepvaart) ruim om bagger, zand of stenen in te vervoeren

Etymologie

*: "beunen" zonder de uitgang -en