betoog

onzijdig (het)/bə'tox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verhaal of stuk waarin men een bepaald gezichtspunt met argumenten tracht te onderbouwen
    Centrale kritiek in het betoog van Nietzsche is dat de vraag naar de eventuele waarde van het leven buiten het gezichtsveld van de positivist valt die van geschiedenis een wetenschap wil maken.
    Hierop volgde een heel betoog over de etnische verschillen tussen de Bosnische moslims en de Bosnische Serviërs.
    Een kort en krachtig betoog werkt meestal beter dan een eindeloos durende toespraak.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bewijsvoering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1342

Vertalingen

DuitsDarlegung, Erörterung, Ausführung