betogen

/bəˈtoɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren
    In haar boek betoogt zij dat we gezonder moeten gaan eten.
    De advocaat betoogde met overtuiging de onschuld van de verdachte.
    Buiten de wintermaanden gebruiken honderden boeren langs de Maas de grond voor de verbouw van bijvoorbeeld aardappelen en maïs en voor gras- en hooiland. De boeren betogen dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen schade binnen en buiten de dijk.
  2. inerg (inerg) een politieke demonstratie houden
    Zeer veel mensen betoogden tegen de komst van een nieuwe kerncentrale.

Etymologie

*afgeleid van togen

Vertalingen

Engelsdemonstrate, show, present an argument for
Duitsargumentieren, ausführen, darlegen
Spaansargumentar