bestieren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets richting geven of besturen
    Als dat verdomde coronavirus niet was uitgebroken, dan had afgelopen vrijdag de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio plaatsgevonden. Leonie Everts had daar bij kunnen zijn en van dichtbij alle pracht en praal kunnen meemaken. In plaats daarvan zit de 31-jarige vrouw nu in een klein, claustrofobisch hokje bij de ingang van Natuurlijk Glamping waar ze de receptie bestiert.
  2. iemand leiden, richten of besturen
    Ze bestierde haar gezin als ware het haar koninkrijk.

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde werkwoord stieren (sturen)