besturen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert
    Hij bestuurt de lift via een afstandsbediening.
    Haar rechterhand bestuurde de muis.
  2. ov (ov) het vervullen van regeringstaken over een gebied
  3. ov (ov) leiding geven
    Ook kwam ik een aantal ondernemers tegen die als heuse digitale nomaden hun bedrijven op afstand bestuurden.

Etymologie

*Afgeleid van sturen

Vertalingen

Duitssteuern, verwalten
Spaansconducir, conducir
Poolskierować, kierować