beslaglegging

vrouwelijk (de)/bəˈslɑxlɛɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gerechtelijke handeling waardoor iemand niet meer vrij over zijn eigendom kan beschikken

Etymologie

*afgeleid van beslag leggen

Vertalingen

Engelsrepossession, attachment, seizure