beschuldiging

vrouwelijk (de)/bəˈsxʏldəˌɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aangeven dat iemand iets moreel of gerechtelijk verkeerds heeft gedaan
    Een beschuldiging van het plegen van een misdrijf.
    Ditmaal volgde er geen beschuldiging of reprimande op haar verweer.
    Ook kwamen ze er langzamerhand achter dat de geuite beschuldigingen op een kern van waarheid berusten.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van beschuldigen .

Vertalingen

Engelsaccusation, imputation, charge
Fransaccusation, attaque, incrimination
DuitsBeschuldigung, Bezichtigung
Spaansacusación, incriminación, imputación